Les 10 van 15 · Bestanden begrijpen

Bestanden kopiëren en verplaatsen

Na het kopiëren heb je twee exemplaren. Na het verplaatsen nog één, op de nieuwe plek.

Verplaatsen wisselt de plek. Kopiëren maakt een extra exemplaar.

Kopiëren maakt een nieuw bestand met dezelfde inhoud. Je hebt daarna twee exemplaren. Wijzig je de kopie, dan blijft het origineel zoals het was. Dat is handig voordat je iets probeert, bijvoorbeeld een andere bestandsnaam of een bewerking.

Verplaatsen haalt het bestand van de oude plek en legt het op de nieuwe. Er is nog één exemplaar. Op dezelfde schijf is slepen vaak verplaatsen. Naar een andere schijf of usb-stick is slepen vaak kopiëren. Het gedrag verschilt per systeem. Kijk daarom altijd of het origineel blijft staan.

Knippen en plakken is een vorm van verplaatsen. Kopiëren en plakken maakt een tweede bestand. De sneltoetsen verschillen; de woorden kopiëren en knippen in het menu zijn duidelijker dan de toetsen als je twijfelt.

Een snelkoppeling op het bureaublad is geen kopie. Dat is een verwijzing. Het echte bestand ligt ergens anders.

Controlevragen

Wat heb je na het kopiëren?
Wat is een snelkoppeling?

Laatst gecontroleerd: . Klopt iets niet? Geef een correctie door.